Alle artikelen

Wettelijke verdeling en het kindsdeel: waarom kinderen erfbelasting betalen over geld dat ze nog niet krijgen

· 4 min leestijd · eKo notaris

Het is de meest voorkomende situatie in Nederland: een echtpaar met kinderen, geen testament (of een testament dat de wettelijke verdeling volgt), en één van beiden overlijdt. Wat er dan gebeurt, verrast bijna iedereen die het voor het eerst meemaakt: de kinderen erven wél, maar krijgen niets in handen — en toch moet er over hun deel meteen erfbelasting worden betaald.

Zo werkt de wettelijke verdeling

Sinds 2003 regelt de wet (art. 4:13 BW) het zo, als er een partner en kinderen zijn en geen afwijkend testament:

  1. De langstlevende partner krijgt alle bezittingen — het huis, het spaargeld, alles. Hij of zij kan er vrij over beschikken.
  2. De kinderen krijgen hun erfdeel als vordering in geld op de langstlevende. Die vordering is pas opeisbaar bij het overlijden van de langstlevende (of bij diens faillissement).

Dat is bewust zo geregeld: de langstlevende hoeft het huis niet te verkopen om de kinderen "uit te betalen". Verstandig — maar fiscaal heeft het gevolgen.

De erfbelasting wacht niet

Voor de erfbelasting telt wat ieder verkrijgt, ook als dat een papieren vordering is. De kinderen zijn dus direct na het eerste overlijden erfbelasting verschuldigd over hun kindsdeel — geld dat ze pas jaren later daadwerkelijk ontvangen.

In de praktijk is dat op te lossen: de wet bepaalt dat de langstlevende de erfbelasting van de kinderen voorschiet. Maar het blijft geld dat het gezinsvermogen nú verlaat.

De 6%-regel: waarom de vordering minder waard is dan hij lijkt

Hier wordt het interessant. De vordering van de kinderen is meestal renteloos (of draagt een lage rente). Een renteloze vordering die pas over — zeg — vijftien jaar opeisbaar is, is vandaag natuurlijk minder waard dan het nominale bedrag. De fiscus rekent daarom met een fictief vruchtgebruik van 6% per jaar (art. 21 lid 14 SW), afhankelijk van de leeftijd van de langstlevende.

Het effect: een deel van de waarde van de kindsvorderingen wordt fiscaal verschoven naar de langstlevende (die heeft immers het "genot" van het geld). De kinderen worden belast over de lagere, contante waarde; de partner over meer — maar die heeft de grote vrijstelling van € 828.035 (2026).

Per saldo pakt de wettelijke verdeling daardoor vaak gunstig uit bij het eerste overlijden. Hoe jonger de langstlevende, hoe groter de verschuiving.

Rekenvoorbeeld

Nalatenschap € 600.000, langstlevende (67 jaar) en twee kinderen, wettelijke verdeling, renteloos, overlijden in 2026.

  • Ieders erfdeel is € 200.000. De kinderen krijgen dat als niet-opeisbare vordering.
  • Door de 6%-regel (leeftijdsfactor bij 67 jaar) wordt een fors deel van de waarde van die vorderingen aan de partner toegerekend.
  • De partner blijft ruim binnen de vrijstelling en betaalt € 0.
  • De kinderen betalen elk erfbelasting over hun gekortte verkrijging minus de kindvrijstelling van € 26.230 — beduidend minder dan wanneer ze € 200.000 "vol" belast hadden gekregen.

De precieze bedragen hangen af van leeftijd en samenstelling van het vermogen. In onze gratis rekentool ziet u de hele som stap voor stap, inclusief de vruchtgebruikcorrectie per persoon.

De rente-knop: een testament kan sturen

Wist u dat de rente op de kindsvorderingen een fiscale stuurknop is? Met een renteclausule in het testament (of een rente die de erfgenamen samen afspreken binnen de aangiftetermijn) verschuift u waarde tussen het eerste en het tweede overlijden:

  • Renteloos → lage belasting bij het eerste overlijden, maar de vorderingen groeien niet mee en bij het tweede overlijden is de nalatenschap van de langstlevende groter.
  • Rente (tot 6% samengesteld) → de vorderingen + rente drukken straks de tweede nalatenschap, wat de totale belasting over beide overlijdens vaak verlaagt.

Wat optimaal is, verschilt per gezin. De rekentool vergelijkt de varianten in het scenario-overzicht; het gesprek erover hoort thuis bij de notaris.

Samengevat

  • Wettelijke verdeling: partner krijgt alles, kinderen een niet-opeisbare vordering.
  • Kinderen betalen daar tóch direct erfbelasting over; de langstlevende schiet die voor.
  • De 6%-regel verschuift waarde naar de partner en pakt bij het eerste overlijden meestal gunstig uit.
  • De rente op de kindsvorderingen is een stuurknop die u met een testament in eigen hand neemt.

Dit artikel is algemene informatie, geen fiscaal of juridisch advies. Benieuwd naar uw eigen situatie? Reken het gratis door of kom langs op het notarisspreekuur.