Erfbelasting berekenen: stap voor stap uitgelegd
· 4 min leestijd · eKo notaris
"Welk bedrag vul ik in en hoeveel moet ik betalen — zonder ergens een fout te maken?" Die vraag stelde een cliënte mij kort nadat de aangiftebrief van de Belastingdienst bij haar op de mat viel, drie maanden na het overlijden van haar moeder. Dit artikel is het antwoord dat ik haar gaf: de berekening van de erfbelasting, stap voor stap.
Stap 1: bepaal de omvang van de nalatenschap
De nalatenschap is alles wat de overledene bezat, mínus alle schulden:
- Bezittingen: banksaldi, beleggingen, de woning, auto, inboedel, vorderingen.
- Schulden: hypotheek, openstaande rekeningen, belastingschulden.
- Uitvaartkosten: aftrekbaar voor zover ze niet door een verzekering zijn gedekt.
Voor de eigen woning geldt niet de marktwaarde maar de WOZ-waarde. U mag kiezen: de WOZ-beschikking van het jaar van overlijden, of die van het jaar erná. Bij dalende WOZ-waarden kiest u het latere jaar, bij stijgende het overlijdensjaar. Deze keuze alleen al kan duizenden euro's belasting schelen — en wordt vaak vergeten.
Een schatting is in dit stadium prima. U hoeft niet op de euro nauwkeurig te werken om te weten waar u aan toe bent.
Stap 2: bepaal wie wat erft
Is er geen testament, dan geldt het wettelijk erfrecht. Zijn er een echtgenoot/geregistreerd partner en kinderen, dan geldt de wettelijke verdeling: de langstlevende krijgt alle bezittingen en schulden, de kinderen krijgen hun erfdeel als niet-opeisbare geldvordering op de langstlevende. Ieder (partner én elk kind) erft een gelijk deel: de nalatenschap gedeeld door het aantal erfgenamen.
Is er wél een testament, dan bepaalt dat de verdeling: andere erfdelen, legaten, een opvullegaat, een tweetrapsmaking. Het testament gaat vóór de wet.
Belangrijk om te weten: de kinderen betalen bij de wettelijke verdeling wél direct erfbelasting over hun vordering — ook al kunnen ze nog niet bij het geld. In de praktijk schiet de langstlevende die belasting meestal voor.
Stap 3: waardeer de verkrijging per erfgenaam
Bij een simpele verdeling is dit simpelweg ieders deel. Bij de wettelijke verdeling zit hier een fiscale verfijning die veel geld waard kan zijn: de renteafspraak op de kindsdelen.
De wet rekent met een vruchtgebruikpercentage van 6%. Draagt de vordering van de kinderen geen of minder dan 6% samengestelde rente, dan geniet de langstlevende een fictief vruchtgebruik over die vorderingen. Het gevolg: de kinderen worden niet belast voor het volle nominale bedrag, maar voor de (lagere) "blote eigendom" — en de langstlevende juist voor méér. Omdat de partner een vrijstelling van € 828.035 (2026) heeft, pakt dat schuiven vaak gunstig uit. Hoe de rente wordt vastgesteld (in het testament, of achteraf met alle betrokkenen) luistert nauw — dit is bij uitstek een punt om te laten doorrekenen.
Stap 4: trek de vrijstelling af
Iedere erfgenaam heeft een eigen vrijstelling (bedragen 2026): € 828.035 voor de partner, € 26.230 voor een kind of kleinkind, € 62.110 voor de ouders samen, € 2.769 voor alle anderen. Het zijn voetvrijstellingen: erft u meer, dan is alleen het meerdere belast.
Let op de pensioenimputatie: ontvangt de partner een vrijgesteld nabestaandenpensioen, dan wordt de partnervrijstelling gekort (met de helft van 70% van de gekapitaliseerde waarde), maar nooit verder dan tot € 213.915.
Stap 5: pas het tarief toe
Over het belaste deel betaalt u in 2026:
| Tariefgroep | Tot € 158.669 | Daarboven |
|---|---|---|
| Partner en (stief)kinderen | 10% | 20% |
| Kleinkinderen | 18% | 36% |
| Overige verkrijgers | 30% | 40% |
De schijfgrens geldt per erfgenaam, over het belaste deel — niet over de bruto-erfenis.
Stap 6: doe aangifte op tijd
Voor overlijdens vanaf 1 januari 2026 heeft u 20 maanden de tijd voor de aangifte erfbelasting; voor eerdere overlijdens 8 maanden. Verwacht u een aanslag, vraag dan tijdig een voorlopige aanslag aan: na afloop van de aangiftetermijn rekent de Belastingdienst belastingrente over het openstaande bedrag, en die is fors.
Een volledig voorbeeld
Jan overlijdt in 2026. Nalatenschap: woning WOZ € 450.000, spaargeld € 150.000, hypotheek € 100.000 → € 500.000. Erfgenamen: echtgenote Els en twee kinderen, wettelijke verdeling, renteloos. Ieders erfdeel: € 166.667.
Zonder renteafspraak worden de kindsdelen door het fictieve vruchtgebruik (Els is 68, leeftijdsfactor 8 → 48%) voor de erfbelasting verlaagd naar € 86.667 per kind; Els wordt belast voor € 166.667 + 2 × € 80.000 = € 326.667.
- Els: € 326.667 valt volledig binnen haar vrijstelling → € 0.
- Per kind: € 86.667 − € 26.230 = € 60.437 × 10% = € 6.044.
Totaal: € 12.088 — terwijl een naïeve som zonder wettelijke verdeling op ruim € 28.000 was uitgekomen. Zo veel verschil maakt het om de regels goed toe te passen.
Liever niet zelf puzzelen?
Precies deze stappen — inclusief WOZ-keuze, wettelijke verdeling, fictief vruchtgebruik en pensioenimputatie — voert onze gratis rekentool voor u uit. U ziet per erfgenaam de vrijstelling, het tarief en de volledige rekensom, voor de belastingjaren 2023 t/m 2026. Gratis, anoniem, en gebouwd door een notaris.
Dit artikel is algemene informatie, geen persoonlijk advies. Bedragen: Successiewet 1956, stand 1 januari 2026.